Samen werken aan vitale wijken: 'Het begint bij de mensen ín de wijk'

In een vitale wijk kijken mensen naar elkaar om, voelen bewoners zich thuis en kunnen ouderen langer zelfstandig wonen. Maar hoe werk je aan vitaliteit en leefbaarheid in wijken als er armoede, overlast of complexe zorgvragen spelen?
Het begint bij de mensen ín de wijk, weten buurtbeheerder Cokkie Jansen en woonconsulent Rob Vos. Beide professionals zien dagelijks situaties die buitenstaanders niet snel zien: vervuilde woningen, mensen met onbegrepen of verward gedrag of bewoners die tussen wal en schip vallen. “Je hebt casussen die lang onder de radar blijven en dan ineens escaleren”, vertelt Rob. Ook Cokkie herkent dat. “We komen het allemaal tegen”, zegt ze. “Soms zijn situaties zelfs dreigend.”
Continu proces
Een vitale wijk ontstaat niet ineens. Het is een continu proces van proberen, bijsturen en soms een stap terug doen. Een gesprek tussen buren, een bewoner die weer aansluiting vindt bij een activiteit of een verhuizing die een conflict oplost. Het zijn kleine en grote acties met veel impact. Rob: “Het is veel praten, luisteren en zoeken naar wat wél werkt. En ja, dat is in iedere situatie weer anders. Er is nooit één vaste oplossing.”
Aandacht voor elkaar
Voor zowel Rob als Cokkie draait een vitale wijk vooral om mensen. Om bewoners die elkaar kennen en naar elkaar omkijken. Cokkie ziet dat ook in de praktijk: “In een van mijn complexen was een oudere mevrouw ernstig ziek. Haar buren stonden voor haar klaar door boodschappen te doen en regelmatig even binnen te lopen. Zo kan het dus óók.”
Alleen samen lukt het
Buurtbeheerders en woonconsulenten werken nauw samen met gemeenten, politie, handhavers en zorg- en welzijnsorganisaties. “Die korte lijnen zijn essentieel”, zegt Rob. Cokkie: “We schakelen veel met partijen die de juiste hulp kunnen bieden. Alleen samen met partners én bewoners werken we aan wijken waar mensen prettig samen kunnen wonen.
